Diagnosetips stuurinrichting: diagnose van hydraulische stuurbekrachtiging

Bij hydraulische stuurbekrachtigingen is steeds minder diagnose, onderhoud en reparatie nodig. Als er dus geen lekkages of andere grote verslechteringen als gevolg van beschadigingen zijn, hoeft alleen maar de vloeistof te worden vervangen volgens het schema van de fabrikant, en, indien van toepassing, de aandrijfriem van de pomp (poly-V).
 
 

Als u defecten opmerkt in het stuurbekrachtigingssysteem (ongewoon geluid, vloeistoflekkage, onnauwkeurig, vermogensverlies, etc.), doe dan het volgende:

  • Geleide storingsdiagnose
  • Peil hydrauliekvloeistof controleren
  • Hydrauliekcircuit ontluchten
  • Voorkomen van storingen in de toekomst

Geleide storingsdiagnose

storingsdiagnose

klik op afbeelding voor vergroting

Peil hydrauliekvloeistof controleren

Voor het optimaal functioneren van de hydraulische stuurbekrachtiging moet eerst het vloeistof niveau in het reservoir worden gecontroleerd. Dit gaat volgens de volgende procedure:

  • Zet de motor af en zorg dat de wielen in de rechte postie staan
  • Verwijder de dop van het vloeistof reservoir en veeg de pijlstok schoon.
  • Plaats de dop terug en peil het niveau
  • Het niveau moet tussen Min en Max in staan zowel koud als warm

hydrauliekvloeistofHydrauliekcircuit ontluchten

Iedere keer wanneer er iets aan het hydrauliekcircuit wordt gedaan (leiding vervangen of ontkoppelen, vloeistof bijvullen, etc.) moet het circuit worden ontlucht. Dat dit nodig is, is te herkennen aan het vele geluid dat de stuurinrichting maakt, met name wanneer deze tot tegen de aanslag wordt gedraaid. Ontlucht als volgt:
  • Vul het reservoir tot aan de MAX-markering en let erop dat dit peil tijdens de hele procedure niet tot onder de MIN-markering daalt. Op deze manier wordt er voorkomen dat er lucht in het circuit komt.
  • Start de motor en draai het stuurwiel langzaam meerdere keren van aanslag tot aanslag tot het geluid verdwijnt en er weer soepel gestuurd kan worden.
  • Vul het circuit tenslotte tot aan het aangegeven peil (bijna tot aan de MAX-markering).

In bepaalde circuits is het moeilijk om alle lucht te laten ontsnappen. Daarom geven sommige fabrikanten in hun reparatiehandboeken aan dat er een vacuümpomp moet worden gebruikt.

Hydraulische bekrachtiging

Voor het controleren van de hydrauliekdruk die door de stuurbekrachtigingspomp wordt geleverd, plaatsen we een manometer in de uitlaatleiding van de pomp naar de verdeler van het stuurmechanisme. Start vervolgens motor en laat het toerental tot 2500 omw/min oplopen.

Meet nu met de wielen in de rechtuitstand (tussen 3 en 6 bar) terwijl het stuurwiel langzaam van aanslag tot aanslag wordt gedraaid, waar de maximumdruk van het systeem (circa 80 bar) wordt gemeten.

De volgende defecten kunnen worden opgemerkt aan de hand van de drukmeterwaarden:
 
  • Defecte pomp: maximumdruk bij het draaien naar allebei de kanten hetzelfde maar met een verschil van ±10 bar ten opzichte van de druk die de fabrikant aangeeft.
  • Verdeler van stuurmechanisme defect:maximumdruk met een verschil van meer dan 5 bar tussen beide zijden.

storingenOver het algemeen kunnen de stuurbekrachtigingspomp en het stuurmechanisme (met bekrachtiging) niet worden gerepareerd. Deze moeten dus worden vervangen. De drukwaarden en reparatievoorwaarden geven de aard van het defect aan. Daarom moet u altijd de instructies van de fabrikant volgen.

Voorkomen van storingen in de toekomst

Als u storingen probeert te voorkomen, moet u het volgende in de gaten houden bij het controleren van hydraulische stuurbekrachtigingen:

  • Ga de toestand van de hydrauliekleidingen na. Controleer of ze niet lekken en niet beschadigd zijn. Anders wordt vervanging aangeraden
  • Controleer of werkende onderdelen (stuurbekrachtiging en pomp) geen vloeistoflekken vertonen die van invloed zijn op hun werking. Anders moeten ze volgens de instructies van de fabrikant worden gerepareerd of, indien van toepassing, vervangen.
  • Als er afzettingen in het stuurbekrachtigingsreservoir worden opgemerkt of als de kleur van de hydrauliekvloeistof verandert, kan dit komen door rubberen slangen die verslijten of vloeistof die verslechtert. In dit geval wordt aangeraden alle rubberen slangen te vervangen, de onderdelen te reinigen en het systeem met nieuwe hydrauliekvloeistof te vullen.
  • Controleer of de aandrijfriem van de pomp niet is gescheurd of te sterk is versleten. Is dat wel het geval, dan wordt aangeraden het onderdeel te vervangen.

hydrauliekleidingen

Op simpele wijze DPF-storing verhelpen

Het dashboardlampje van het dieselpartikel filter brandt. Tijd om het roetfilter of andere dure onderdelen te vervangen? Nee, niet altijd. Bij sommige automodellen biedt het vervangen van een paar simpele slangen uitkomst. Romax adviseert.

Er staat een klant met een Ford Mondeo (2-liter TDCI-motor) op de stoep. Het lampje van het dieselpartikel brandt op het dashboard. Als autotechnicus werp je een snelle blik op het geheel. Wanneer je het diagnose-apparaat aansluit, waarschuw je de klant alvast dat dit best een dure reparatie kan worden. Naar alle waarschijnlijk zal het roetfilter vervangen moeten worden. Als het meevalt, wellicht alleen een sensor. Na het uitlezen van de auto met het diagnose-apparaat wordt je vermoeden inderdaad bevestigd: volgens het apparaat hebben het roetfilter en een sensor de geest gegeven.

roetfilter problemen

 

Poreuze slangen

Voor deze praktijksituatie heeft Romax een zeer nuttige tip: controleer ook altijd de slangen die aan de sensoren gekoppeld zitten. Deze zijn namelijk vaak poreus of verstopt, waardoor de aangesloten sensoren verkeerde diagnosesignalen geven. Wanneer het drukverschil voor en na het filter te groot is, geeft de sensor het signaal dat het roetfilter verstopt is en vervangen of gereinigd moet worden. Uit de praktijk blijkt echter dat de slangen van dit systeem na verloop van tijd verstopt raken of door de hoge temperaturen bij het filter poreus worden en gaan lekken. Het drukverschil wordt hierdoor niet meer goed doorgegeven en het motorstuurapparaat geeft een foutmelding, waardoor het lampje op het dashboard oplicht. Het probleem ligt in dit geval dus niet bij het roetfilter of de sensor, maar bij defecte slangen.


Voordelige oplossing

Romax heeft een reparatieset voor een aantal modellen van Ford, Mazda en Volvo. Bij deze automodellen is een kunststof slang op de drukleiding van het roetfilter gemonteerd, Hiermee wordt het drukverschil voor en na het filter doorgegeven aan een sensor. Met het vervangen van deze slang is de storing vaak al opgelost. Dit betekent dat met een relatief simpele en goedkope ingreep het probleem verholpen is en de klant niet op onnodige hoge reparatiekosten wordt gejaagd.

Romax DPF slangenset. Artikelnummer: 94 45 002

Romax DPF slangenset. Artikelnummer: 94 45 002

Diagnosetips stuurinrichting: afmetingen stuurinrichting controleren en afstellen

Door tegen stoepranden aan te rijden of op een oneffen wegdek, kunnen de afmetingen van de stuurgeometrie worden veranderd, zelfs al zijn die veranderingen niet zichtbaar.

stuurinrichting

Als er geen duidelijk defect in de mechanische onderdelen wordt gevonden, moet er worden gecontroleerd of de afmetingen van de stuurgeometrie nog binnen het bereik vallen dat door de fabrikant is aangegeven. Ook moet de symmetrie van de assen worden gecontroleerd. Hiervoor wordt een wieluitlijnapparaat gebruikt.

Zodra de geometrische afmetingen zijn gecontroleerd, moet u nagaan welke kunnen worden afgesteld. In de meeste gevallen zijn de fuseepenhoek en de naspoorhoek niet af te stellen, wat betekent dat alleen de camber en met name de convergentie (toespoor) kunnen worden afgesteld. In de database van de wieluitlijnapparaten zijn de benodigde instructies voor het afstellen van de stuurgeometrie van verschillende voertuigen opgenomen. Neem bij twijfel de documentatie van de fabrikant door alvorens hoeken te wijzigen.

Gevolgen van incorrecte geometrie

geometrie

klik op afbeelding voor vergroting

Starthulp zonder accu

Het overkomt iedereen wel eens; een lege accu. Met een starthulp is deze zo weer aan de praat, mits de starthulp ook opgeladen is. De nieuwe acculoze starthulpen, ProBooster, van Schumacher bevatten ultracapacitors, wat veel voordelen met zich mee brengt.

In tegenstelling tot een reguliere starthulp bevat de ProBooster zogenaamde ultracapacitors, ook wel condensators genoemd. Dit zijn elektrische componenten die een tot honderden malen grotere capaciteit hebben dan een standaard condensator. En dat maakt ze zeer bruikbaar in apparaten die relatief weinig stroom en lage spanning nodig hebben. 

battery-capacity-comparison-528x272

Opladen niet nodig

Het eerste voordeel is dat de starthulp voor gebruik niet opgeladen hoeft te worden door middel van netstroom. De ProBooster haalt zijn energie namelijk uit de restspanning van de accu. Een zwakke accu heeft normaal gesproken een capaciteit van 10-30Ah. Wanneer de starthulp wordt aangesloten op de accu laadt hij op en vraagt hierbij een capaciteit van 0,2-0,4Ah. Het opladen duurt ongeveer 90 seconden. Is de accu compleet ontladen, dan kan de starthulp aangesloten worden op de 12V aansluiting of op een 5V 2A USB poort.

Geen schade 

Een ander voordeel van de ultacapacitors en lage capaciteit is dat dit geen schade brengt aan de accu, ECU of andere elektronica van het voertuig. Tevens is de ProBooster beveiligd tegen kortsluiting en ompoling. Daarnaast verliest een ultracapacitor nauwelijks zijn capaciteit bij koud weer. Zelfs onder zeer extreme weeromstandigheden is er nog 250A beschikbaar in tegenstelling tot reguliere accu’s. En met de speciale ‘glow’ functie worden dieselmotoren voorverwarmd bij lage temperaturen.

Schumacher_temp_schema

Twee uitvoeringen 

De ProBooster is dus zowel voor benzine, als dieselmotoren geschikt en verkrijgbaar in twee uitvoeringen. Deze zijn te vinden in de Toolbase op mijngrossier.nl. 

DSR108

  • Voltage: 12v
  • Startvermogen: 450A
  • Laadtijd via accu: 90 seconden
  • Laadtijd via 12v Plug: 200 seconden
  • Laadtijd via USB: 20-40 minuten
  • Omgevingstemperatuur: -40°C ~ +65°C
  • Gewicht 1,50kg

DSR109

  • Voltage: 12v
  • Startvermogen: 800A
  • Laadtijd via accu: 150 seconden
  • Laadtijd via 12v Plug: 400 seconden
  • Laadtijd via USB: 40-60 minuten
  • Omgevingstemperatuur: -40°C ~ +65°C
  • Gewicht 2 kg

Diagnosetips stuurinrichting: controleren van mechanische onderdelen

Wanneer de symptomen wijzen op een mogelijk defect in de stuurgeometrie, dan moeten de onderdelen worden gecontroleerd die rechtstreeks met de stuurinrichting te maken hebben. Deze onderdelen kunnen ook deel uitmaken van de ophanging.
 mechnische-onderdelen-controleren
Bij deze procedure moet een aantal controles worden uitgevoerd, zodat we de oorzaak van het defect kunnen vaststellen. Gewoonlijk worden de volgende punten gecontroleerd:
  • Voertuighoogteregeling
  • Soepelheid stuurmechanisme
  • Speling en defecten in bewegende onderdelen

Voertuighoogteregeling

Het voertuig staat op een vlakke ondergrond. De hoogte van het voertuig wordt op verschillende plaatsen gecontroleerd ten opzichte van de vloer (hoogtes staan in de tabel van de fabrikant aangegeven). Aan de hand van deze metingen kunnen we zien of er sprake is van een defect in de ophanging (verkeerde montage, slappe veren, etc.) omdat de hoogte een rechtstreekse invloed uitoefend op de stuurgeometrie, met name als er een groot verschil is tussen de twee kanten van een as.

Een veel voorkomend defect bij de hoogte van het voertuig is wanneer de achterkant erg hoog staat in vergelijking met de voorkant. In veel gevallen wordt dit veroorzaakt door een onjuiste montage van nieuwe schokdempers bij de achteras. Haal deze correct aan terwijl de wielen vrij op de hefbrug hangen.

Voertuighoogteregeling

Gewoonlijk wordt deze inspectie uitgevoerd door de hoogte tussen het chassis en de vloer aan beide kanten van de as te meten. Doe dit eerst als het voertuig onbeladen is en daarna als het beladen is. Een verschil in hoogte aan de beide kanten van dezelfde as wijst op een defect in de ophanging aan de kant waar het chassis het laagst staat (gebroken onderdelen). Een te hoge compressiebelasting wijst op zwakke veren van de schokdempers. Deze moeten worden vervangen.

Soepelheid stuurinrichting

Bij deze procedure moet het voertuig op een hefbrug worden geplaatst waarbij de wielen los hangen. Op deze manier zijn de verschillende mechanische onderdelen van de stuuras bereikbaar. Onder deze omstandigheden draait u het stuurwiel van aanslag tot aanslag en let u erop dat de wielen makkelijk en zonder ongewone geluiden draaien. Bij stijfheid of harde punten moet worden nagegaan welk onderdeel van het besturingssysteem het probleem is.

Hiervoor moet de pitmanarm worden losgemaakt van de besturingsonderdelen (bij een wormstuurinrichting) of van de fuseekogels bij de fusee aan het wiel (bij een tandheugelbesturing). Als het probleem aanhoudt, ligt de storing bij het stuurhuis of de stuuras. Ga verder met de demontage en de reparatie. Als de fout zich in het interne mechanisme van het stuurhuis (tandheugel of worm) bevindt, dan moet dit worden vervangen of verwisseld, aangezien de meeste fabrikanten geen reparaties aan deze onderdelen toestaan. Als het systeem correct werkt, ligt het defect bij de andere onderdelen van de stuurinrichting en ophanging.
 

Speling en defecten in bewegende onderdelen

De slijtage van bewegende onderdelen door gebruik of door te weinig smering kan stijfheid, breken en zelfs een te grote speling tot gevolg hebben, wat allemaal een negatieve invloed heeft op de stuurinrichting en de ophanging. Speling in verschillende onderdelen van de stuurinrichting, heeft speling in het stuurwiel tot gevolg. Deze speling mag nooit groter zijn dan 12 mm.

stuurasDe volgende onderdelen kunnen met dergelijke defecten te maken krijgen:

  • Stuuras
  • Verbindingsstangen
  • Stuurhuis hoezen
  • Fuseekogels
  • Fuseekogels van wieldraagarmen
  • Stabilisatorarmen, spoorstangen en rubberen bussen
  • Bovenste veerpootlagers
  • Wiellagers

Speling en defecten in de stuuras

De stuuras verbindt de stuurkolom met het stuurhuismechanisme (tandheugel of worm). Hij bestaat gewoonlijk uit een universele koppeling. Als er tijdens de inspectie scheuren, breuken of stijfheid worden vastgesteld, moet er een vervanging plaatsvinden.

stuuras-2Controleer tevens of er geen sprake is van een te grote speling in de universele koppelingen. Een te grote speling kan worden vastgesteld door de universele koppeling met een hand vast te houden en een collega te vragen het stuurwiel korte stukjes heen en weer te draaien. Als er sprake is van een te grote speling, moet het onderdeel worden vervangen.

Speling en defecten in de stuurstangen

De onderdelen van het stuurstangenstelsel (pitmanarm, stuurstang, spoorstangen en fusee-armen) vormen gezamenlijk een conventionele stuurinrichting (parallellogram).

stuurstangAls een van de onderdelen aan slijtage onderhevig is, kan de stuurgeometrie veranderen en ontstaan er ernstige problemen met het rijgedrag en de slijtage van de banden.

Speling en defecten in de stuurstangen

Bij de inspectie zet u het gewicht van het voertuig op de gestuurde wielen (schaarlift). Eén monteur draait het stuurwiel in beide richtingen (van aanslag tot aanslag) en een andere bekijkt het voertuig vanaf de onderkant om te controleren of er niet te veel speling is, en geen stijfheid of ongewone geluiden. Controleer ook of alle koppelingen correct zijn aangehaald.

Als de koppelingen van het stuurstangenstelsel door slijtage te veel speling hebben, moet de beschadigde arm of koppeling worden vervangen. Gewoonlijk is de toegestane speling bij de onderdelen 2 tot 3 mm (zie de specificaties van de fabrikant).

Beschadigde Stuurhuishoezen

De rubberen hoezen die als moffen worden gebruikt om te voorkomen dat er stof in de stuurinrichting komt, moeten op scheuren en barsten worden gecontroleerd. Als er sprake is van barsten of scheuren, moeten de hoezen worden vervangen.stuurhoes

Als er bij stuurinrichtingen met hydraulische stuurbekrachtiging stuurbekrachtigingsvloeistof in de hoezen zit, dan kan dit betekenen dat de afdichtingen van het stuurmechanisme lekken. In dit geval raden de meeste fabrikanten aan de tandheugel en het pignon volledig te vervangen, zodat de reparatie onder de garantie valt.

Speling en defecten in stuurkogels

Controleer eerst of er geen defecten in de hoezen van de stuurkogels zijn. Deze kunnen wijzen op een tekort aan smering. Controleer vervolgens of de speling tussen de lagers op het wiel en de as niet te groot is en of de lagers niet stijf zijn.

stuurkogelBij de kogel van de spoorstang moet de hoes worden verwijderd om hem te kunnen zien.

Speling en defecten in stuurkogels

Hiervoor moet het voertuig op een hefbrug worden geplaatst waarbij de wielen vrij hangen. Draai het wiel, net als een klok, met een hand op zes uur en de andere op 12 uur (de ene hand trekt en de andere duwt). Controleer of er geen zijdelingse speling is. Herhaal de procedure en houd hierbij het wiel op 3 uur en op 9 uur vast. Als de speling bij een van de fusees groter is dan 2 mm (zie gegevens van fabrikant), dan moet deze worden vervangen.

Deze procedure kan ook worden uitgevoerd terwijl het voertuig op de grond staat of met een hydraulische krik om de ophanging samen te drukken, zodat het wiel zich in de normale bedrijfstoestand staat (d.w.z. het gewicht en de onderdelen van de ophanging ondersteunt). In dit geval moet de operator proberen de spoorstangarmen handmatig op en neer en heen en weer te bewegen.

Speling en defecten in fuseekogels van draagarmen

Controleer eerst of de hoesjes van de fuseekogels niet zijn beschadigd. Dit geeft een mogelijk tekort an smering aan. Controleer vervolgens of er geen sprake is van een te grote speling of stijfheid in de fuseekogels.

Als er beschadigingen of defecten worden gevonden, moeten de onderdelen worden vervangen.

Speling en defecten in fuseekogels van wieldraagarmen

Zet het voertuig met een krik (zo dicht mogelijk in de buurt van de onderste fuseekogel) omhoog. De wielen moeten de grond blijven raken, maar de ophanging mag niet te zeer worden samengedrukt.

Houd het wiel als bij een klok met een hand op 6 uur en de andere hand op 12 uur vast. Beweeg het wiel om te controleren of er geen zijdelingse speling is. Herhaal de procedure en houd hierbij het wiel op 3 uur en op 9 uur vast. Een fuseekogel met te veel speling moet worden vervangen.

U controleert op verticale speling door een hefboom met een stang tussen de vloer en het wiel te plaatsen en het wiel naar boven te duwen. Als de fusee geen slijtage aangeeft, kunt u met een voelermaat de maximale verplaatsing van de fuseekogel meten (zie specificaties van de fabrikant).

Speling en defecten in draagarmen, spoorstangen en rubberen bussen

Eerst zetten we het voertuig omhoog en controleren we visueel de toestand van de draagarmen en spoorstangen. Deze mogen niet verbogen of beschadigd zijn. Zijn ze dat wel, dan moeten ze worden vervangen.

spoorstangVervolgens controleren we de elastische lagers. Het rubber aan de binnenkant moet zich in goede staat bevinden, niet zijn gescheurd en geen duidelijke beschadigingen vertonen.

Speling en defecten in draagarmen, spoorstangen en rubberen bussen

Plaats met een geschikt gereedschap een hefboom tussen de wieldraagarm of de spoorstang en de bijbehorende flens die aan het chassis is bevestigd. Beweeg de bus op deze manier heen en weer en luister of er ongewone geluiden te horen zijn of kijk of de bus te ver kan bewegen. In geen geval mag de wieldraagarm of de spoorstang zo ver bewegen dat hij de flens raakt. Deze procedure moet worden gedaan terwijl de wielen van het voertuig vrij hangen en daarna worden herhaald wanneer het gewicht van de ophanging erop rust. Voor deze laatste stap moet een hydraulische krik worden gebruikt.

Er is een pers nodig om ze van de wieldraagarm of de spoorstang te halen. Bij het aanbrengen van het nieuwe lagers moet goed worden opgelet, omdat zij soms zijn gemarkeerd met een bevestigingspositie (zie de instructies van de fabrikant).

Speling en defecten in de lagers bovenop de veerpoot

De lagers van de MacPherson veerpoten worden gecontroleerd op een te grote speling of stijfheid, waardoor ze mogelijk niet correct meer werken.

Laat het voertuig op de grond staan en duw het chassis met een hand heen en weer terwijl u de andere hand bovenop de as van veerpoot legt (in de motorruimte) Als u een zijdelingse verplaatsing opmerkt, moet u het lager vervangen.

Controleer tevens of er een te grote axiale speling is. Plaats het voertuig daarvoor op een hefbrug (met de wielen vrij hangend) en duw het wiel enkele malen omhoog. Als er sprake is van een te grote speling, moet het volledige bovenste deel (lager en rubberen bus) worden vervangen.

Speling en defecten in de lagers bovenop de veerpoot

U moet tevens controleren of het lager niet stijf is en of het vrij kan bewegen zonder ongewone geluiden. Door een te grote stijfheid keert de stuurinrichting na een bocht niet zo makkelijk terug in de rechtuitstand (niet zelfcentrerend), wat betekent dat de bestuurder dit zelf moet doen. Voor deze inspectie moeten de gestuurde wielen op de draaiplaten van het wieluitlijnapparaat worden geplaatst en moet u controleren of de wielen soepel ronddraaien.

veerpootDe gemiddelde levensduur van deze lagers is 80.000 km. Als er sprake is van een defect, moeten ze altijd samen met het bovenste deel (lager en veerpootrubber) worden vervangen.

Speling en defecten in de wiellagers

Wanneer u een te grote zijdelingse speling van het wiel opmerkt die niet wordt veroorzaakt door een van de eerder geteste onderdelen, dan moet de toestand van de wiellagers worden gecontroleerd. Hiervoor moeten het wiel en de remschijf worden verwijderd. Lagers kunnen in twee hoofdtypes worden onderscheiden:

  • Lagers met onderhoud: de fabrikant staat een bepaalde speling toe, aangezien deze lagers kunnen worden gedemonteerd, afgesteld en gemonteerd met vers smeermiddel. Deze worden gewoonlijk bij achterwielen (niet-gestuurde wielen) gebruikt.
  • Afgedichte lagers: hierbij is geen onderhoud mogelijk en bij een te grote speling moeten ze worden vervangen.

Over het algemeen gesproken kan met een voelermaat de speling van een lager ten opzicht van de fusee worden gemeten. Er moet echter altijd rekening worden gehouden met de specificaties van de fabrikant.

 

 

Hybride voertuigen keuren: Mag de bedrading beschadigd zijn?

Bij volledig elektrisch en hybride elektrisch aangedreven voertuigen moeten de onderdelen van de elektrische aandrijflijn onbeschadigd en goed geïsoleerd zijn. Dat staat beschreven in artikel 5.*.12a. Betekent dit dat ik iedere beschadiging af moet keuren?

bedrading

Door de fabrikant worden HV (High Voltage) kabels oranje gekleurd en soms van extra bescherming voorzien. Deze bescherming kan beschadigd zijn. Ook komt het voor dat het extra omhulsel gedeeltelijk wordt verwijderd om een diagnose te kunnen stellen. Voor de APK zijn beschadigingen aan het extra omhulsel toegestaan, zolang de isolatie direct om de stroomvoerende draden intact is. Het voorbeeld op de afbeelding hiernaast hoeft u daarom niet af te keuren.

bedrading-2

Bron: APK keurmeester 72

 

Diagnosetips stuurinrichting: defecten aan de wielen

Zoals we in een eerder artikel besproken hebben, kan een visuele en handmatige analyse van de band ons een goed idee geven over de oorzaak of reden van een defect. Er zijn echter nog andere wieldefecten (velg en velgrand) die ook de werking van de ophanging en de stuurinrichting kunnen beïnvloeden.

banden-controlerenVanwege verschillende mechanische omstandigheden en het gebruik, kunnen de wielen verschillende defecten of vervormingen vertonen, zoals:

  • Excentriciteit of statische onbalans (verticale trillingen)
  • Wielslingering of dynamische onbalans (zijdelingse trillingen)

Excentriciteit of statische onbalans (verticale trillingen)

Excentriciteit of statische onbalans (verticale trillingen)
Dit is een vervorming bij een wiel in onbalans dat is veroorzaakt door een oneven gewichtsverdeling over de as. Bij een band met dit defect gaat de fusee omhoog en omlaag, wat te voelen is als trillingen en instabiliteit. De grootste amplitude treedt op bij 80 km/h.

De meest voorkomende oorzaken van dit probleem zijn:

  • Onregelmatig slijtagepatroon van band
  • Excentriciteit van de velgrand
  • Defecte wielophanging
  • Onregelmatig aanhalen van wielmoeren
  • Metaalmoeheid of breken van onderdelen die met het wiel te maken hebben (schokdemper, draagarmen, etc.)

Als er geen defect wordt waargenomen dat te maken heeft met bovenstaande oorzaken, ligt het probleem mogelijk bij de wielbalans. Opnieuw balanceren zou dan voldoende moeten zijn.

Dynamische onbalans

Dit is een vervorming van de band in de lengterichting, veroorzaakt door een oneven belading wat betreft de verticale as van het wiel. Dit defect veroorzaakt een zig-zaggende rijlijn die wordt omgezet in trillingen in het stuurwiel die toenemen naarmate er harder wordt gereden, met daarbij een continue verandering in de camber en het toespoor.

De meest voorkomende oorzaken van dit probleem zijn:

  • Ongelijkmatige slijtage aan de randen
  • Vervorming van/of impact op de velgrand
  • Onregelmatig aanhalen van wielmoeren
  • Wiel onjuist opgehangen
  • Metaalmoeheid of breken van onderdelen die met het wiel te maken hebben

Als er geen defect wordt waargenomen dat te maken heeft met bovenstaande oorzaken, ligt het probleem mogelijk bij de wielbalans. Opnieuw balanceren zou dan voldoende moeten zijn.

Werken aan een hybride?

Bij het werken aan een hybride is het belangrijk om voorzorgsmaatregelen te nemen. Voorkom ongelukken met het hoogspanningsgedeelte! Mijngrossier.nl biedt een ruime keuze aan speciaal geïsoleerd VDE-gereedschap, beschermende kledingstukken en overige beschermingsmiddelen.

Safety_First

 

Op het moment dat de eerste hybrides in Nederland werden afgeleverd, konden monteurs bij universele autobedrijven nog hun schouders ophalen. Bijna alle hybride voertuigen werden op dat moment immers in het dealerkanaal onderhouden en gerepareerd. Maar vandaag de dag is de situatie compleet anders! De hybride is al jarenlang een bekende verschijning in Nederland. Veel hybrides zijn inmiddels na een leaseperiode van drie of vier jaar verkocht aan particulieren, die de dealer links laten liggen en hun auto bij een universeel autobedrijf brengen voor onderhoud en reparatie. Ben je er klaar voor?

Hoogspanning

De spanning van het accupakket van een hybride bedraagt enkele honderden Volts. Voor jou, je collega’s en anderen in de werkplaats is één ding met voorrang belangrijk: veiligheid. Werk daarom uitsluitend met speciaal geïsoleerd VDE-gereedschap, begin je werk aan een hybride altijd met dezelfde veiligheidsprocedure en scherm je werkplek af. Draag VDE-handschoenen, antistatische veiligheidsschoenen en een veiligheidsbril. Bovendien: meten is weten, bijvoorbeeld met een multimeter met een meetbereik (AC/DC) tot 600 Volt.

Contact uit, sleutel in je zak

Een benzine- of dieselmotor draait of staat uit. Bij een hybride is het minder eenduidig. De motor kan uitstaan, maar kan vervolgens automatisch gestart worden op het moment dat de voertuigelektronica merkt dat de accu’s teveel worden ontladen. Controleer dus goed of het contact uitstaat en houd de sleutel bij je. De hoogspanningskabels van een hybride zijn speciaal gekleurd. Wil je zeker weten dat ze spanningsloos zijn, zet dan het contact uit en neem de 12 Volt accuklemmen los. Verwijder met elektrisch isolerende VDE-handschoenen de serviceplug op de batterij en wacht 10 minuten om de condensatoren de tijd te geven zich te ontladen. Controleer daarna, als extra check, of de aansluitingen ook echt spanningsloos zijn en isoleer vervolgens de losgenomen aansluitingen.

Sluit niks uit!

Je weet waar je mee bezig bent. Je werkt geconcentreerd en veilig. Maar wat gebeurt er als je de werkplek even moet verlaten? Sluit nooit uit dat bijvoorbeeld een klant de werkplaats inloopt en een blik onder de motorkap van de hybride werpt. Zet de werkplek daarom af met een roodwitte ketting of een lint. En voor je collega’s: plaats een bord met je naam op de auto, zodat iedereen weet wie er met de auto bezig is. Indien je werkt aan een hybride met schade, dan is het verstandig om beducht te zijn op een lek in het accupakket. Gebruik een schort en een gezichtsbeschermer als bescherming tegen eventueel aanwezig elektrolyt te beschermen.

Speciaal geïsolerd VDE-gereedschap

Mijngrossier.nl levert een breed assortiment speciaal geïsoleerd VDE-gereedschap, dat te vinden is in de Toolbase. Dit geïsoleerde gereedschap is volgens de nationale en internationale normen gemaakt van hoogwaardig materiaal en zorgvuldig getest. Het gereedschap en de beschermingsmiddelen  zijn getest bij 1.000 V AC (wisselstroom) en in een aantal gevallen ook bij 1.500 V DC (gelijkstroom).

Er is een speciaal hybridepakket voor samengesteld, bestaande uit de meest gebruikte gereedschappen en hulpmiddelen. Artikelnummer: HYBRID01. 

Wat als het voertuig niet op de platenremtestbank past?

In sommige gevallen kan ik een voertuig niet volledig op de platenremtestbank testen, bijvoorbeeld een voertuig met dubbelluchtmontage. Of bij een voertuig met een lange of korte wielbasis bij een vierplaats remtestbank. Wat doe ik dan? Mag ik elke as apart remmen op twee platen?

platen-remtestbankDit is afhankelijk van de situatie en het type testbank. Bij een voertuig met dubbellucht-montage moeten bij een remtest alle wielen van de te remmen as volledig op de platen rusten. Daarnaast zijn er voertuigen met een dubbele achteras waarbij niet elke as afzonderlijk geremd kan worden. In deze situaties mag u geen wielen demonteren. Deze voertuigen mogen dan ook niet worden geremd op de platenremtestbank.

Voor een voertuig met een lange of korte wielbasis is het wél toegestaan om een remtest op twee platen uit te voeren van een goed werkende vierplaatsremtestbank. Deze moet dan volgens de handleiding van de fabrikant een keuzemogelijkheid hebben voor het remmen op twee platen. Heeft de vierplaatsremtestbank deze mogelijkheid niet, dan kunt u het voertuig niet remmen op de platenremtestbank. 

De hierboven beschreven situaties vallen onder artikel 57 lid 5 van de aanvullende permanente eisen. Het voertuig kan om technische reden niet op de platenremtestbank en moet dan worden geremd met een
(goedgekeurde) elektronische vertragingsmeter.

Lees ook: Hoe rem ik op een platenremtestbank?

Bron: APK keurmeester 72

Diagnosetips stuurinrichting: abnormale bandenslijtage & proefrit

Vanwege de plaats waar zij zich bevinden en de manier waarop ze werken, zijn de ophanging en de stuurinrichting nauw met elkaar verbonden. Zij moeten daarom worden gecontroleerd alsof het om één systeem gaat.

banden-check

We bekijken de stappen die moeten worden uitgevoerd voor een juiste diagnose, en de basisprocedures die moeten worden uitgevoerd om de toestand van de ophanging en de stuurinrichting bij de meeste soorten voertuig te kunnen controleren. 

Proefrit

Nadat de informatie van de klant is opgenomen, moeten de eerste diagnosestap worden uitgevoerd: tijdens een proefrit moeten de defecten worden nagetrokken. Een storing in de stuurinrichting kan zich als volgt voordoen:

  • Continue trillingen die aan het stuurwiel worden doorgegeven (shimmy).
  • De auto trekt naar links of rechts wanneer het stuur in de rechtuitstand staat.
  • Ongewoon hard gevoel bij het draaien van het stuurwiel.
  • De stuurinrichting en dus het stuurwiel trekt naar één kant.
  • Er is speling in het stuurwiel en de stuurinrichting reageert niet onmiddellijk wanneer het stuurwiel wordt gedraaid.
  • Na een bocht gaat de stuurinrichting niet vanzelf terug in de rechtuitstand (zelfcentrerend).
  • Er zijn ongewone geluiden te horen in het stuursysteem.

Het gevonden symptoom is een belangrijke factor bij de volgende stappen van de diagnose. 

Abnormale bandenslijtage

Een andere belangrijke diagnosestap is een visuele controle van de banden, aangezien een ongelijk slijtagepatroon van het profiel gewoonlijk op een probleem met de stuurinrichting wijst.

Een analyse van deze slijtage kan helpen bij het bepalen van de oorzaak van de storing, die afhankelijk is van de locatie en de vorm. De abnormale slijtagepatronen die het meest voorkomen, zijn:

  • Onregelmatige slijtage aan één kant
  • Slijtage in de vorm van spits toelopende punten
  • Slijtage aan beide zijden
  • Slijtage in middendeel
  • Gegolfde slijtage (cuppen)

Onregelmatige slijtage aan één kant

Dit is een van de meest voorkomende storingen die te maken hebben met een probleem in de stuurgeometrie. In dit geval slijt het profiel aan een kant sterker, wat een probleem met de camber van dat wiel aangeeft. Afhankelijk van de kant waar de slijtage optreedt, is de camber:

bandenslijtage

Slijtage in de vorm van spits toelopende punten 

Dit wordt gewoonlijk veroorzaakt door een probleem met de stuurgeometrie. In dit geval ziet de slijtage eruit als naar de zijkant wijzende spitse punten (vanwege het slippen van het wiel) en het geeft een probleem met het toespoor of uitspoor van dat wiel aan. Om deze bramen te kunnen voelen, hoeft u alleen maar met uw hand over het profiel heen te strijken. Afhankelijk van de richting van de tanden, is er sprake van het volgende:

slijtage-banden

Slijtage aan beide zijden

Dit type slijtage heeft te maken met een te lage bandenspanning, want de contactvlakken tussen de band en de grond liggen aan de buitenkant van het profiel. Dit defect kan een negatief effect op de stuurinrichting hebben.

Bij het rijden met een voertuig waarvan een of meerdere banden te zacht zijn, kunnen de volgende problemen optreden: shimmy, driften, hard gevoel, ongewone geluiden, etc.

Slijtage in middendeel

Dit type slijtage heeft te maken met een te hoge bandenspanning aangezien het enige contactvlak tussen de band en de grond in het midden van het profiel ligt. Deze situatie kan een negatief effect op de stuurinrichting en de ophanging hebben.

Tijdens het rijden met een voertuig waarvan één band te hard is, is er sprake van minder grip en neemt het rijcomfort af. In beide gevallen is de veiligheid van het voertuig minder.

Gegolfde slijtage (Cuppen)

Dit is een onregelmatig slijtagepatroon langs de hele omtrek van de band, waarbij de slijtagepunten gewoonlijk op gelijke afstand van elkaar liggen.

gegolfde-slijtage-cuppenDit probleem is gewoonlijk te wijten aan slijtage of een defect in de schokdemper, waardoor het wiel te sterk tegen het wegdek slaat.

Binnenkort de volgende diagnosetips op mijngrossier.nl:

  • Defecten aan de wielen
  • Controleren van mechanische onderdelen
  • Afmetingen stuurinrichting controleren en afstellen
  • Diagnose van hydraulische stuurbekrachtiging
  • Diagnose van elektronische systemen